Wat is vrijmetselarij?
Waar het in vrijmetselarij om draait is in één woord samen te vatten: zelfwerkzaamheid. Een vrijmetselaar begeeft zich veertiendaags naar de Tempel om aan zichzelf te werken. In het maçonnieke jargon spreken we van ‘kappen aan de ruwe steen’, waarbij de ruwe steen het symbool is van de vrijmetselaar. We werken aan onszelf en dit door middel van symbolen die in eeuwenoude rituelen worden gebruikt. De rituelen spelen zich af in een Tempel die ook volledig symbolisch is ingericht.
De rituele bijeenkomsten zijn één deel van de medaille. We spreken over de verticale tendens. Dit is niet zozeer omhoog dan wel naar binnen. Maar er is ook een horizontale bedrijvigheid, noem het een sociale omgang, dat tot uitdrukking komt tijdens de gezamenlijke maaltijd na de rituele bijeenkomst. De verticale en sociale assen horen samen, d.w.z. wie alleen de horizontale dynamiek waardeert en daarvoor naar de loge komt, zal zich vrij snel vervelen tijdens de verticaal georiënteerde rituelen in de Tempel. Zelfwerkzaamheid gaat bijgevolg om evenwicht vinden tussen wat je inwendig en heel persoonlijk beleefd en wat vanuit de werkelijkheid op je afkomt. In die zin is de horizontale bedrijvigheid een oefenpraktijk van wat je verticaal leert. Het broedermaal is net zo belangrijk als de rituele zitting.
Zelf werkzaamheid is dus evenwicht zoeken, tussen binnen en buiten, tussen de werkelijkheid en je beleving ervan. De vrijmetselaar streef ernaar om in evenwicht te zijn met uzelf en uw omgeving. Op deze wijze wordt je een beter mens. We noemen dit perfectibiliteit: we streven ernaar om betere mensen te worden. Dit is de geest of de ziel van vrijmetselarij. Dit is wat in de loge gebeurt. Zonder dit is er geen sprake van vrijmetselarij.
Wat is de meerwaarde van de loge?
Iedereen streeft er toch naar om een beter mens te worden? Dit is niet altijd zo, vandaar dat vrijmetselarij aan ‘rekrutering’ doet, d.w.z. dat voorafgaand aan de toetreding naar de beweegredenen om toe te treden wordt gevraagd. Is de persoon, in de levensfase waarin hij zich bevindt, wel in staat om eigen belang en ego achter zich te laten en in functie van een groter geheel aan zichzelf te werken? Eens dat zo is, kan de meerwaarde van vrijmetselarij aan bod komen en dit in door rituelen en symbolisch onderricht. Wat is die meerwaarde?
Het surplus van de loge komt neer op de ambitie die de vrijmetselarij vorm gaf. Deze ambitie is van bij het begin, zowat 300 tot 350 jaar geleden, het verbinden van cognitieve kennis met ouwenoude wijsheid en dus het verbinden van verstandelijke kwaliteiten en wetenschap met antieke culturen en uitdrukkingsvormen. Men deed dit om te ontdekken wat doorheen de geschiedenis steeds aanwezig is, de levensdynamiek die doorheen alle tijden stroomt.
In de Constitutie van Anderson die bij de oprichting in 1717 werd geschreven, lezen we dat de eerste mens Adam ook de eerste vrijmetselaar was. Nu kan je zeggen: “Tja, Adam en Eva in het paradijs, dat is een mythe.” Natuurlijk is dat een mythe, maar mythologie heeft betekenis? Men bedoelde daarmee te zeggen dat de eerste mens, dus van zodra de mens zich oprichtte en rechtop liep, zich begon te onderscheiden van de andere dieren omdat hij een zelfbewustzijn ontwikkelde waardoor beschaving mogelijk werd. De geest van de vrijmetselarij is bijgevolg dezelfde als de beschavingsdynamiek. Vandaar dat men eclectisch uit verschillende oude mythen en tradities elementen koos en in het kader van de westerse cultuur na de Renaissance, dit is tijdens de ontwikkeling van de moderne wetenschap, een methode ontwikkelde om deze beschavingsdynamiek te versterken en uit te breiden. De zelfwerkzaamheid (perfectibiliteit) draagt zodoende bij aan de verbetering van de mensheid. Dit is de meerwaarde en dit kan je niet zomaar op je eentje vanuit de zetel. De meerwaarde van de vrijmetselarij schuilt bijgevolg in de intellectuele of verstandelijke ambitie om kennis en wijsheid te verbinden met mythologische en spirituele tradities die uitdrukken wat van alle tijden is. En dit kan men alleen in de loge vinden. Men kan de beschavingsdynamiek in alle tradities terugvinden, maar hoe deze tradities met elkaar zijn verbonden en ook met de moderne wetenschap, kan je enkel de methode van vrijmetselarij ervaren.
Waarom rituelen?
Hoe werkt de vrijmetselaar aan zichzelf? Vrijmetselarij beoogt de beschavingsdynamiek te ontdekken en te stimuleren. De motor van deze dynamiek is zelfwerkzaamheid. Omdat de mens de mentale kwaliteiten ontwikkelde en kennis van architectuur en landbouw, van kunst en wijsheid verwierf, ontstonden culturen en tradities. Deze beschavingsdynamiek is nog steeds het meest kenmerkende van de mens. Het is wat we menselijkheid noemen, beschaving, ontwikkeling, voortgang. Daardoor weten we, dankzij archeologie en cultuurwetenschap, dat de eerste bouwwerken die de mens tot stand bracht tempels waren. Het oudste tempelcomplex ter wereld dateert van de 12e eeuw voor onze jaartelling, Gobleki Tepe (‘Navelheuvel’), in Zuid-Turkije (Anatolië), gebouwd bij de aanvang van de landbouwrevolutie. Dit wil zeggen dat men toen nog grotendeels nomadisch leefde, maar op geregelde tijdstippen verzamelde op een centrale plaats. Een tempel was een centrale verzamelplaats waar men op geregelde tijdstippen bij elkaar kwam, aanvankelijk om offers te brengen ten einde vruchtbaarheid en welzijn te garanderen. Men legde tijdens de bijeenkomsten m.a.w. een verband tussen het dagelijkse nomadische leven en het groter geheel van de werkelijkheid waarin dit zich voltrok. Men zocht verbinding en stelde met offerpraktijken deze verbinding symbolisch voor: we geven een deel van de oogst om de komende oogst te garanderen. Dit betekent dat een tempel de oorspronkelijkste uitdrukking is van wat eigen is aan mens en cultuur: nl. het leggen van verbanden. Een tempel is een veruitwendiging van wat het menselijke bewustzijn vorm geeft ten diepste is. Dit geldt ook voor een maçonnieke tempel.
De maconnieke tempel is een veruitwendiging van de eerste tempel ter wereld, waarvan een schriftelijke getuigenis is overgeleverd, nl. de tempel van Koning Salomo die in 1000 v.o.j. te Jeruzalem werd gebouwd. Het schriftelijke relaas van de bouw van deze Tempel is te lezen in de Bijbel, in het eerste boek van de Koningen. Dit vormt de centrale mythe van de vrijmetselarij. Daarin zijn arbeiders aan het werk in de steengroeve om stenen te kappen, gezellen pasten deze stenen in de tempel op de werf. Samen werkten ze aan de bouw volgens het bouwplan van de architect, die Hiram heet. Deze functies komen aan bod tijdens de inwijding tot leerling, bevordering tot gezel en verheffing tot meester van de bouwwerf of de loge. Deze verschillende graden zijn geen hiërarchie, maar een continuüm, d.w.z. ze zijn een uitdrukking van een ander facet van dezelfde werkzaamheid.
Deze centrale mythe van de Tempelbouw te Jeruzalem is verbonden met elementen die uit andere tradities afkomstig zijn. Zoals gezegd bestaat beschaving uit verbanden leggen en samenhang ontdekken. Zo wordt het Bijbelse relaas van de Tempelbouw geflankeerd door de grondslagen van de Griekse cultuur, waardoor in mening maçonnieke tempel de spreuk ‘Ken uzelf’ boven de ingang prijkt. Maar ook de periode van het Hellenisme liet sporen na in de vrijmetselarij en wel door elementen uit de Hermetische filosofie, genoemd naar de Griekse Hermes of de Egyptische Toth. Hij was het hoofdpersonage die verborgen of gesloten kennis doorgaf, wijsheid die je pas kan opdoen door ervaring (inwijding). Tijdens de Renaissance ontstond de idee dat de oudste en alomvattende wijsheid uit Egypte stamde, de zogenaamde filosofia perrenis, en dat Hermes Trismegestus dit had doorgegeven, als eerste aan Mozes. De Hermetische filosofie is samen te vatten met de slogan ‘zo boven, zo beneden’. De hermetica stelt dat de macrokosmos, zijnde het universum en de hemellichamen, aan dezelfde wetmatigheid onderhevig is als de kleinste organismen op aarde, zijnde de microkosmos, en dus ook de mens. ‘Zo boven, zo beneden’ stelt dat de micro- en macrokosmos eender zijn, dezelfde wetmatigheden beheersen de volledige werkelijkheid, zowel boven als beneden.
Deze allesbeheersende wetmatigheid heet in de vrijmetselarij ‘het grondplan’ en wordt voorgesteld als getekend door een ‘Grote Architect,’ conform de symboliek van de Tempelbouw. In de Tempel komen bijgevolg boven en beneden samen. Tijdens de rituele samenkomsten van de seizoenswisselingen wordt het verband getoond tussen boven en beneden of hoe ons persoonlijk bestaan onderhevig is aan dezelfde kracht die de seizoenen tot stand brengt. Tijdens de rituelen is de Tempel bijgevolg een plaats die niet aan tijd en ruimte is gebonden, omdat wat wordt uitgedrukt van alle tijden is en van overal. Dezelfde wetmatigheid verbindt de eerste mensen met ons vandaag. We zijn nog steeds aan dezelfde beschavingsdynamiek onderhevig als duizenden jaren terug, maar we leven niet langer in dezelfde omstandigheden. We zoeken niet naar voedsel door de jagen of te verzamelen, maar we werken. De beschaving heeft zich ontwikkeld als een ladder of een draaitrap, d.w.z. we ondergaan dezelfde dynamiek maar bevinden ons in een andere positie. En ook dit integreerde de vrijmetselarij in haar rituelen. Ze ontleende daartoe elementen uit verborgen en verboden tradities. En hier ligt ook het onderscheid met de klassieke religies of godsdiensten, omdat men een kerk of moskee of tempel binnengaat om God of Allah of een andere god te vereren. Het is een uitwendig gebeuren. In een maçonnieke tempel treedt men binnen in zichzelf. Dit ontleende men aan de gnostische tradities, aan mystieke bewegingen, Kabbala en Katharen. De steen der wijzen die in de alchemie aan bod komt is niets anders dan de uitdrukking dat de kracht tot zelfverandering in ieder mens aanwezig is. De vrijmetselaar leert tijdens de inwijding dat hij deze kracht, symbolisch voorgesteld als het licht, in zich draagt en dat het aan hem persoonlijk gelegen is of hij dit licht ontwikkelt en laat schijnen of niet. Het is u gegeven, klinkt het, je moet het zelf doen. Men wordt daarbij geflankeerd door broeders die hetzelfde grondprincipe hanteren. Het licht dat we in ons dragen heet in de gnostiek ‘de goddelijke vonk’ in onszelf. Men kan gnostiek samenvatten met de formule: zelfkennis = godskennis. Dit betekent dat, als je de tijdloze wetmatigheid in jezelf kent, je ook de wetmatigheid van het groter geheel kent, zoals gezegd in maçonniek jargon: het grondplan. Daartoe dienen de rituelen en de symbolen.
Wat zijn de consequenties van vrijmetselaar te zijn?
Vrijmetselarij is niet vrijblijvend. Er zijn wel wat financiële verplichtingen omdat het gebouw onderhoud vraagt en omdat catering kosten heeft en men wordt geacht zich veertiendaags vrij te kunnen maken, maar dit zijn allemaal consequenties op clubniveau. Dit geldt voor elke vorm van vereniging. Wat niet vrijblijvend is, is de inhoud van vrijmetselarij. Want eens als je beseft dat je in jezelf de kracht tot verandering hebt en dat je verantwoordelijkheid draagt om het bestaan voor je omgeving en jezelf te verbeteren, kan je niet meer doen alsof je dit niet weet. Je kan dit natuurlijk wel, maar dan dempt je de beschavingsdynamiek en ontken je je menselijkheid. Het gevolg is dat alles wat je overkomt altijd de schuld zal zijn van anderen. Zo wordt men geen beter mens, integendeel. De consequenties van vrijmetselarij is onder één noemer samen te vatten: zelfreflectie.
Zelfreflectie omvat verschillende thema’s, maar we noemen er drie:
1. Samenwerking
In vrijmetselarij wordt antieke wijsheid aangevuld met wetenschappelijke kennis. Ik zeg ‘aangevuld’ en niet ‘vervangen’. De aanvulling die bijvoorbeeld de evolutionaire antropologie aanbrengt leert dat oude mythen en mysterieculten een fundamentele dynamiek in de ontwikkeling van de menselijke beschaving aanbrachten. De samenkomsten in de vroegste tempels verenigden de stam of het volk en smeedden coherentie of samenhang. Het is evolutionair aangetoond dat samenwerking in grote groepen de sapiens in staat stelde om te overleven en zich te ontwikkelen. Vrijmetselarij leert in haar rituelen de kunst van samenwerking, waarbij het ego ondergeschikt is aan het groter geheel. Een Achtbare Meester kan er in zijn eentje niet voor zorgen dat een ritueel krachtig en functioneel is, ook een redenaar niet of een opziener, maar alleen door de samenwerking van alle broeders kan een rituele praktijk slagen. Het geheel is meer dan de som van de delen. Het is geen evidentie, maar wel een consequentie. Wie niet samenwerkt, verdwijnt. Het licht kan je ook verblinden, door bijvoorbeeld jezelf meer te achten dan een ander. Dit geldt zowel binnen als buiten de loge.
2. Onvoorwaardelijkheid
Dit is een consequentie die expliciet voor vrijmetselaars geldt, maar ook voor zielsverwante relaties. We hebben allemaal de kracht tot zelfverandering in ons en dit is niet uit verdienste, omdat we zo goed zijn of zo braaf. We hebben het ontvangen en we ontvingen daarbij ook het besef dat deze kracht gegeven is. Dat we ons zelfbewustzijn kunnen ontwikkelen en verdiepen is geen verdienste, maar een geschenk. Die onvoorwaardelijkheid heeft gevolgen inzake de organisatie van het geheel, te vergelijken met een gezin. Een taak opnemen binnen het groter geheel is geen last, maar een weldaad, een verrijking, je wordt er beter van. Broederschap is als ouderschap, omdat liefde per definitie onvoorwaardelijk is. Dit betekent dat een vrijmetselaar binnen de rituele broederschap geen taken weigert, want dan weigert hij de eigen ontwikkeling.
3. Toewijding
Toewijding is wat mij betreft een beter woord voor geloof. Vrijmetselarij creëert een context waarin men de ander voor de volle honderd procent kan vertrouwen, een soort basisvertrouwen. Dit wordt ritueel uitgedrukt door de broederkus, het zogenaamde geheim dat ten diepste onuitspreekbaar is omdat je het moet ervaren. Zich daaraan toewijden is het hoogste dat een mens kan doen. Toewijding is de bron van liefde.